Hydropneumatiek
Hydropneumatiek is een veersysteem
dat gebruikt wordt door Citroën. Dit systeem is uitgerust met een hoogteregeling, daardoor kan met een constante wagenhoogte
worden gereden.
Het veersysteem maakt deel uit
van het hydraulische systeem, waarvan ook het remsysteem en de stuurbekrachtiging deel uitmaken. Hydropneumatische veersystemen
zijn gevuld met LHM, een speciale minerale olie.
Er bestaan twee soorten hydropneumatische
veersystemen, namelijk het plunjertype en een dempertype, waarbij een schokdemper met een dikke zuigerstang als werkzuiger
dienst doet. Bij een plunjertype zit de demper in de veerbol, terwijl in het dempertype de demper als zuiger dient.
De
werking
Bij een conventioneel veersysteem
is een schroefveer, bladveer of torsiestang het verende element. De werking van het hydropneumatische veersysteem berust op
het samendrukken van het gasvolume in een veerbol.
Conventionele veersystemen werken
staal die door buiging op torsie in veren. Hydropneumatische vering maakt gebruik van het feit dat gas samendrukbaar is.
De vloeistof die onder een druk
van ongeveer 160 bar staat wordt bij het inveren tegen een gasvolume gedrukt die opgesloten zit in de veerbol. Bij het
inveren kan de vloeistof nergens heen en zal daarom het gas samendrukken. Door de overdruk van het gas zal de vloeistof weer
terug gedrukt worden naar de neutraalstand.
Een pomp- en regelsysteem, aangesloten
op een apart vloeistofcircuit, zorgt voor de aan- en afvoer van de vloeistof.
De voordelen van het hydropneumatische
veersysteem zijn:
- Ideale veerkarakteristiek
- Constante rijhoogte
- Schokdempers zijn onderhoudsvrij
- Geen aanpassingen nodig bij zware belading
- Handmatige hoogteverstelling
De nadelen van dit systeem zijn:
De componenten
Reservoir
In het reservoir wordt de LHM-vloeistof
in voorraad gehouden en retour en lekvloeistof verzameld. De vloeistof wordt gefilterd en gekoeld. Ook wordt water van
de vloeistof gescheiden. Het peil van de vloeistof kan gemeten worden wanneer de auto in zijn hoogste stand staat. Wanneer
het kijkglaasje voldoende gevuld is, is er genoeg vloeistof in het systeem aanwezig.
Leidingen
De leidingen die gebruikt in hydropneumatisch
circuit moeten bestand zijn tegen piek drukken die op kunnen lopen tot 175 bar. De leidingen die bij Citroën worden toegepast
zijn getest tot een druk van 200 bar.
Hoge-drukpomp
De hoge drukpomp die in het hydraulische
systeem na het reservoir, heeft als taak de vloeistof uit het reservoir te zuigen en deze op druk te brengen. De hoge drukpomp
werkt door middel van een plunjer. Deze plunjer wordt door het excentriek en de drijfstang naar rechts bewogen en opent
de aanzuigopening. Dit is de zuigslag. De plunjer gaat naar links, sluit de aanzuigopening en perst de opgesloten vloeistof
weg, waardoor de persklep wordt geopend. Dit is de persslag.
Hoge-drukregelaar
De hoge-drukregelaar heeft als
taak de een constante werkdruk te houden, deze moet tussen de 140 en 175 bar liggen. Wanneer de maximale druk bereikt is sluit
de regelaar zich en wordt de gepompte vloeistof vanaf de pomp rechtstreeks teruggevoerd naar het reservoir. De hogedruk-regelaar
heeft ook een bol. Deze wordt een bol wordt de voorraadbol of drukaccumulator genoemd.
De LHM vloeistof komt onder
hoge druk binnen via de leiding. De veer houdt de kogelklep op de zitting gedrukt. De vloeistof stroomt via een
persklep de voorraadbol binnen. De zuiger is met de kogelklep verbonden. De veer heeft een bepaalde veerspanning. Wanneer
de gewenste druk bereikt is,
kan de overtollige vloeistof via de kogelklep wegstromen doordat
de vloeistof de zuiger naar onder
drukt waardoor de kogelklep
opengaat. De ontluchtschroef boven
aan kan gebruikt worden om te ontluchten of het systeem drukloos te maken.
Veiligheidsklep
De veiligheidsklep heeft als taak ervoor
te zorgen dat eerst het remsysteem druk krijgt en daarna de vering en stuurbekrachtiging. Ook dient de veiligheidsklep ervoor
om bij drukverlies zolang mogelijk druk te houden op het remsysteem. Wanneer drukverlies wordt geconstateerd in de veiligheidsklep
zal er een waarschuwingslampje gaan branden op het dashboard.
Vering
Het veersysteem bestaat uit een
aantal componenten. De belangrijkste zijn de veercilinder met de plunjer en de veerbol.
De cilinder zit vast aan het onderstel
van de auto, en behoort dus tot het afgeveerde deel van de auto. De plunjer is bevestigd aan de ophanging van het wiel en
volgt dus de trillingen van het wiel.
Bovenop de veerpoot zit de veerbol
geschroefd. De veerbol bestaat uit twee helften. De twee helften worden gescheiden door een membraam. De bovenste helft van
de bol is gevuld met stikstof, dat voor de vering zorgt. De onderste helft van de bol is gevuld met LHM vloeistof. De vloeistof
die zich boven de plunjer bevindt wordt via de schokbreker toegevoerd aan de onderste helft van de veerbol. Wanneer het wiel
een beweging naar boven maakt, zal de plunjer de vloeistof door de schokbreker de veerbol inpersen. De stikstofdruk stijgt
hierdoor, en zal de vloeistof weer terug persen door de schokbreker in de veercilinder.
Bij een wieluitslag naar beneden
gaat de plunjer naar beneden, waardoor het volume van de veercilinder vergroot wordt. Vloeistof stroomt door de schokdemper
uit de veerbol in de veercilinder. De stikstofdruk in de veerbol daalt en veroorzaakt een relatieve onderdruk in het LHM systeem,
hierdoor zal de vloeistof terug stromen vanuit de veercilinder naar de veerbol.